De kledingkast

Al eventjes hik ik ertegenaan: de linkerkant van de kledingkast. Onze kledingkast heeft drie deuren. Achter de rechterdeur is niets aan de hand. Elke ochtend pak ik er m’n truitjes en broeken van de ietwat slordige stapeltjes. Als ik een blouse of jurkje aan wil moet de middelste kastdeur open. En dan wordt het wat spannender, want dat is erg dichtbij de linkerkant. Koos zijn domein.
Mijn oog valt op al zijn blouses, spijkerbroeken, shirts en ondergoed. Die komen al even de kast niet meer uit. Ze hoeven niet meer gewassen te worden, want ze worden niet vies.
Het is net een mini-museum. Ik zie de pyama’s en het zachte vest die ik niet zo lang geleden kocht. Koos droeg nooit pyama’s. Maar de laatste tijd zat niets meer lekker aan zijn lijf, dus ik zocht de zachtste stofjes in de winkel in de hoop dat ik hem daarin nog wat gemak kon bieden. Ze zien er nog uit als nieuw.

Er kwam mij ter ore dat het best even kan duren voor je de kleding van je geliefde opruimt. Sinds ik dat hoorde zie ik de linkerkant als een uitdaging die ik liever nu dan morgen aanga. Elke berg die ik tegenkom -nou oke, bijna elke berg -en waar ik wat mee kan trotseer ik het liefst zo snel mogelijk. In het verleden waren er zoveel momenten dat we vooruit keken en bergen op ons af zagen komen zonder er actief wat mee te kunnen. Daar heb ik even genoeg van gehad. Vandaag nog trek ik alles uit de kast.

Ik leg vuilniszakken klaar, gooi de stapels op ons grote bed en begin dapper met het wegstoppen van Koos zijn broeken. De broeken zijn goed te doen. Totdat ik de okergele broek zie die Koos drie jaar geleden aanhad op de bruiloft van mijn zusje en zwager. Koos hield niet van shoppen, en al helemaal niet met mij erbij. Ik herinner mij dat Koos naar Scotch en Soda was gegaan en zich liet aankleden. Giletje, strikje, gele broek. Hij zag er mooi uit. De bruiloft lijkt ineens wel gisteren… En ik moet even rondkijken en terugschakelen naar het nu om te beseffen dat Koos er echt niet meer is. Hoe kan het dat het leven ons zo ontglipt is? Dan zie ik het shirt dat ik hem altijd zo leuk vond staan, en het shirt dat hij in Spanje kocht, de blouse die hij aanhad bij onze fotoshoot, z’n astronautenjas, zijn groene sneakers die hij de laatste maanden altijd droeg. En aan de kapstok zijn kostbare warme winterjas die we online uitzochten in de wachtkamer van het ziekenhuis drie jaar geleden…

Inmiddels stromen de tranen over mijn wangen. Alles wegdoen is sowieso geen optie. Ik begin met de lelijke en verouderde kleding en de kleding waar ik weinig herinnering aan heb. Dat zijn zo al drie vuilniszakken vol. Mijn zus wil voor de jongens kussensloopjes maken van oude truien van Koos. Dus een paar truien blijven over, wat shirts die ik wel als nachthemd kan gebruiken en de groene sneakers.