Werken

Na de herfstvakantie pakte ik een oude levensdraad weer op: mijn werk. Oud, fijn en vertrouwd kan ik wel zeggen. Afgelopen mei kwam de dag dat ik moest stoppen met mijn werk. Ik herinner mij goed dat Koos aangaf aan dat hij de kinderen niet meer kon hebben en zichzelf nauwelijks kon hebben. Ik realiseerde mij ineens hoe zijn gezondheid weer een stap achteruit was gegaan. En ik ben dankbaar dat Koos dit duidelijk aangaf: hij wilde mij dicht bij hem, thuis.

Nu zou er een moment komen dat ik weer op het werk zou verschijnen. We spraken af dat dit na de herfstvakantie zou zijn. Het was prettig om een principedatum te hebben en verder los te kunnen laten. Ik heb het getroffen met een warme en betrokken groep collega’s om mij heen. Tijdens mijn afwezigheid kreeg ik berichtjes, kaartjes, en hadden we gesprekjes waarin we het verdriet deelden. Ik heb bewondering voor mijn leidinggevende die actief op zoek is gegaan naar een steunpunt en adviezen over rouwbegeleiding vanuit de werkomgeving. Ze zocht en zoekt nog steeds samen met mij voorzichtig naar juiste manieren om ruimte te scheppen zonder elkaar uit het oog te verliezen. Als rouwende laat ik mij meevoeren in de stroom van het leven en heb ik het nodig dat mensen mij zo meehelpen om verder te gaan. Je gezien en gesteund voelen is nog veel belangrijker dan ik van tevoren dacht.

Thuis kon ik op de eerste werkdag van mijn nieuwe, verwarrende leven met een gerust hart de deur achter mij dicht doen. Met dank aan mijn behulpzame (schoon)familie. En om kwart over 8 stond ik met zin en rust klaar bij de deur van het klaslokaal om 26 kinderen te verwelkomen die ik de hele dag onder mijn hoede mocht nemen. Het waren de kinderen waar ik in mei ook afscheid van had genomen. Toen groep 3, nu groep 4. En het werd een ontzettend fijn weerzien. We spraken samen over Koos zijn overlijden, over hoe het nu gaat. En veel kinderen deelden wie zij moeten missen in hun leven en hoe ze dat een plekje geven. Vervolgens gingen we als vanouds aan de slag met rekenen, taal, lezen en creativiteit.

In de auto terug naar huis voelde ik mij voldaan en energiek. Ik realiseerde mij ineens dat het vrijdag was. En al snel herinnerde dit vanoudse werkdagje mij aan onze vanoudse vrijdagavondjes. Een krak in het nieuw verworven geluksgevoel. Wat verlangde ik ineens ontzettend terug naar de vrijdagavondjes van Koos en mij. De jongens met een stuk pizza en een speelfilm op de bank. Koos en ik met een rood wijntje, lekker eten, kaarsje aan, spelletje erbij aan tafel. Die uren waren vroeger bij de besten van mijn hele week.

In mijn hoofd ratelt de boel. Hoe ga ik deze avond aanvliegen? Ga ik de avond op de bank voor de tv mijzelf door deze avond loodsen? Geef ik mijn verdrietige gevoelens en gedachten zo alle nodige ruimte? Of nodig ik iemand uit om te delen en te kijken wat dat met deze avond doet? Deze afweging maak ik vaker en de uitkomst wisselt. Mensen uitnodigen voelt kwetsbaar. Het liefst zou ik mij met Koos vermaken, en daar surrogaten voor bedenken voelt onnatuurlijk. Maar met het uitzicht op een gezellige avond zet ik deze keer door voor de laatste optie. En het wordt een leuke avond met een fijne vriendin, een fanatiek dobbelspel en veel vrolijkheid /////